Laatste Nieuws

22 December 2017

Een mooi persoonlijk interview van onze Managing Director Andrei Haret!

Andrei Haret: van Roemeense revolutie naar Grolsch Bierbrouwerij

 

ENSCHEDE - Het is een iconisch beeld uit de wereldgeschiedenis. De Roemeense dictator Nicolae Ceausescu werd op 21 december 1989 uitgejouwd door een enorme mensenmassa, op het plein voor zijn paleis in Boekarest. Grolsch-directeur Andrei Haret (47) was destijds dienstplichtig militair in Roemenië. De val van Ceausecu veranderde zijn leven. “Op Oudejaarsavond hoorden we in de kazerne voor het eerst de Lambada. Zulke muziek hadden we echt nog nooit gehoord.”

Achtentwintig jaar na die historische dag is Andrei Haret directeur van de Koninklijke Grolsch, een Twentse brouwerij binnen de Japanse multinational Asahi. Van zo’n internationale carrière mocht hij in zijn tienerjaren niet eens dromen.

 

Ceausescu-tijdperk

“Ik groeide op in Boekarest, in het Ceausescu-tijdperk. Mijn vrienden en ik wisten heel goed dat de rest van de wereld anders in elkaar zat. Wij hoorden bij het kluitje communistische landen, de rest van de wereld had een ander systeem. In Roemenië waren voedseltekorten, lange rijen voor de supermarkten, de elektriciteit viel regelmatig uit."

"Maar het grootste probleem vond ik dat je geen vrije meningsuiting had en dat je nauwelijks toegang had tot informatie uit de vrije wereld. Vreemd genoeg zond de Roemeense tv wel Dallas uit. Ik vond het heel leerzaam, ik keek ernaar om te leren hoe ze in het westen zaken deden.” Hij lacht: “J.R. Ewing  gaf daarin niet echt het juiste voorbeeld, maar ik kon in elk geval zien hoe prijzen werden bepaald, hoe er onderhandeld werd.”
 

Geen tv kijken

Niet dat hij een commerciële carrière ambieerde. Als tiener raakte Haret verslingerd aan wiskunde en dat wilde hij dan ook studeren. Maar dan moest hij wel eerst negen maanden in militaire dienst. En zo kwam het dat hij op 16 december 1989 op een kazerne in Bacău zat, toen 500 kilometer verderop, in Timisoara, een anti-regeringsdemonstratie uit de hand liep. Het was het begin van een razendsnelle revolutie. “Wij kregen op 17 december te horen dat het leger in hoogste staat van paraatheid was. Vanaf dat moment kon ik mijn ouders niet meer bellen, de telefoonlijnen vanuit de kazerne waren afgesloten. We mochten ook geen tv meer kijken.”
 

Beelden

Die wereldberoemde beelden, van een vertwijfelde en angstige Ceausescu die vanaf zijn balkon de woedende menigte probeert te bezweren, gingen destijds dan ook aan Haret voorbij. Maar het nieuws ging als een lopend vuurtje door het land.

“Ik weet nog dat we met een paar man bezig waren in de kazerne toen een collega naar ons toekwam en zei: ‘Ceausescu is weg’. Ik kon het niet geloven. We gingen naar ons leslokaal, want daar stond een televisie. Ik herinner me nog dat onze commandant een fractie van een seconde aarzelde of hij die wel aan mocht zetten. Heel even maar. Toen besloot hij dat het kon. En toen zagen we de revolutie op tv. We zagen mensen die eindelijk durfden te zeggen wat ze dachten. Dat was verbijsterend. De tv bleef maar uitzenden, dagenlang, livebeelden van onze revolutie. Ik heb dagen gedacht dat ik droomde. Die ervaring vergeet ik mijn leven lang niet meer.”
 

Lambada… wow!

Ceausescu probeerde met zijn vrouw Elena het land te ontvluchten maar werd opgepakt en na een schijnproces op Eerste Kerstdag 1989 geëxecuteerd. Haret: “Normaal gesproken mochten we rond de kerstdagen op verlof, maar ze vroegen ons te blijven omdat ze bang waren voor geweld en aanslagen. Heel langzaam werd het rustiger in het land, de tv begon westerse films en programma’s uit te zenden. Die oudejaarsavond bracht ik door met mijn dienstmaten, voor de tv in het leslokaal. Daar lieten ze de Lambada zien. Daar kregen we geen genoeg van, dat was muziek zoals we het nog nooit hadden gehoord. Dat was… wow!”

Net als alle voormalige communistische landen moest Roemenië zichzelf na de revolutie opnieuw uitvinden. Van een samenleving die werd geregeerd door angst, economische vijfjarenplannen en dictatoriale bureaucratie moest er worden omgeschakeld naar vrijheid en eigen initiatief.
 

'Nieuw normaal'

Haret: “We moesten een ‘nieuw normaal’ leren. Maar dan zie je dat ondernemers altijd ondernemers blijven, ook al gaan er decennia communistisch regiem overheen. Al drie dagen na de revolutie begonnen de eerste mensen naar Turkije te reizen om allerlei huishoudelijke spulletjes in te slaan, die ze dan thuis verkochten. Keukengerei, handdoeken, dekens. In Roemenië hadden we niks om een onderneming mee te beginnen, maar zo ontstonden de eerste nieuwe bedrijfjes. Wij hadden als Roemenen het enorme voordeel dat Ceausescu altijd heel liberaal was geweest in het taalonderwijs. Wij leerden op school Frans, Engels en Duits. In andere Oostbloklanden leerden ze alleen maar Russisch.”
 

Veel meer mogelijkheden

Haret bleef bij zijn droom om wiskunde te gaan studeren. Maar gaandeweg die studie kreeg hij een andere kijk op zijn toekomst: er waren ineens zoveel meer mogelijkheden. Hij besloot ook financiële economie te gaan studeren. Daarnaast had hij ook nog een bijbaantje: “Ik verkocht witte tule voor bruidsjurken aan naaiateliers in Boekarest. Dat was een goede ervaring in de sales business.”

De tulefabriek legde de basis voor zijn verdere carrière. Hij kon er boekhouder worden en die ervaring opende de weg naar een functie bij multinational British American Tobacco. Toen hij voor die sigarettenfabrikant in Dubai werkte werd hij benaderd door SAB Miller, de vorige eigenaar van Grolsch. “Zij boden me een baan als financieel directeur in Roemenie. Ik was met 32 jaar de jongste financieel directeur binnen SAB Miller.”

Zijn internationale businesservaring was overigens niet nieuw binnen de familie: zijn vader werkte als waterbouwkundig ingenieur in het communistische tijdperk al aan projecten in Libië en Irak. Maar de manier waarop dat ging verschilde hemelsbreed van de ervaringen van de zoon. “Mijn vader mocht maar een keer per jaar naar huis. En wij mochten niet bij hem op bezoek. Verre familieleden van mijn moeder waren Roemenië ooit ontvlucht en daarom mocht zij niet buiten het Oostblok reizen. Dus mijn ouders zagen elkaar in die tijd maar een keer per jaar.”

 

Skype met de familie

Haret ziet zijn familie aanzienlijk vaker: hij reist vrijwel elk weekend van Enschede naar Boekarest. “Mijn vrouw woont daar, met onze zoon en dochter. Een bewuste keuze, omdat dat voor de scholing van de kinderen beter is. Maar doordeweeks zie ik ze elke dag via Skype. Als ik thuis kom in Enschede zet ik de computer aan en dan heb ik verbinding met de laptops van mijn vrouw, mijn dochter en mijn zoon. Dan praten we en dan kan ik zien wat ze aan het doen zijn. De verbinding blijft de hele avond aan; ik ben fysiek dan wel niet aanwezig, maar het voelt wel alsof ik thuis ben. Echt, internet is een van de meest geweldige uitvindingen van de mensheid.”

“Op vrijdagavond vlieg ik naar huis en in het weekend doen we heel veel samen. Op zaterdag en zondagmorgen help ik de kinderen met hun huiswerk, op zaterdagmiddag ga ik met mijn zoon joggen in het park. Dat zijn de momenten waarop we echt met elkaar praten. Hij is 14, dat is een belangrijke leeftijd om goed contact met je vader te hebben. Zaterdagavond gaan we meestal met het hele gezin naar de bioscoop, uit eten, beetje winkelen. Mijn gezinsleven is heel belangrijk voor me.”

Veganistisch vasten

En uit het ‘oude’ Roemenië heeft hij nog een belangrijke vaste waarde in zijn leven meegenomen: zijn geloof. De veertig dagen voor Kerst zijn, net als de veertig dagen voor Pasen, voor hem een vastenperiode.

“Ik ben christelijk orthodox en vasten hoort erbij als je het geloof respecteert. En dat doe ik, want ik geloof in God. Hij heeft me veel gegeven in dit leven. Vasten is daarom een spirituele belevenis, je denkt daardoor beter na over hoe je leeft. Tijdens de vasten eten we veganistisch, dus puur plantaardig. Volgens mij is het ook heel gezond, ik eet ongeveer een derde van het jaar geen vlees en dat is goed voor een mens. Maar in beide vastenperiodes zijn wel een paar dagen dat je vis mag eten. In de Paasperiode maar twee keer, in de Kerstperiode wat vaker. En er zijn ook dagen dat je volgens de religieuze riten wijn mag drinken. Ik ben niet zo’n wijnliefhebber. Maar ik mag wel af en toe bier.”
 

Met een knipoog: “Daar staat niets over in de leer, maar dat is mijn eigen interpretatie.”

 

Bronvermelding: Twentsche Courant Tubantia

 

Terug